No surrender en Bloody Sunday

The apprentice boys at work….
‘The Mountjoy’ die in 1689 de ijzeren ketting, gespannen over de rivier de Foyle, aan stukken voer. Het luidde het einde van de belegering van Derry in.

DERRY/LONDONDERRY – Vandaag was ik in gedachten weer even in Derry/Londonderry. Ik kwam aantekeningen tegen over een bezoek aan de Waterside, aan het protestantse stadswijkje The Fountain en aan het katholieke Bogside. Behalve het verhaal heb ik ook nog mooie foto’s die ik nog niet eerder heb gepubliceerd.

Derry, of Londonderry zoals het officieel heet, ligt pal op de grens tussen Ierland en Noord-Ierland. De stad kent in meerderheid een katholiek-nationalistische bevolking, maar zo’n kwart van de bevolking noemt zich protestants-unionistisch. De protestanten wonen tegenwoordig vooral in de oostkant van de stad, in Waterside.

Vanuit Ierland rij ik via het grensplaatsje Muff ‘the walled city’ binnen, zoals Derry wordt genoemd, in een verwijzing naar de stadsmuren die internationale faam genieten. Ik ben op weg naar Waterside waar zo’n 28.000 mensen wonen. Alhoewel dit gedeelte van de stad niet exclusief protestants is, zijn er na de periode aangeduid als The Troubles (1969-1998) veel protestanten vanuit het stadscentrum verhuisd naar de Waterside, aan de overkant van de rivier. Niet vrijwillig, maar na intimidatie door katholieken. Een vorm van etnische zuivering, vinden veel protestanten.
In de Waterside parkeer ik m’n auto vlakbij Bond Street. Ik heb al begrepen dat ik me hier bevind in de protestants-unionistische kern van Londonderry. Als ik uitstap, zie ik tot m’n verbazing dat ik in May Street sta. Alsof Theresa May in hoogsteigen persoon even een statement maakt en me toeschreeuwt: ‘Dit is nog steeds van ons’. May Street is een zijstraat van Bond Street.

Dat dit een unionistisch bolwerk is, zie ik niet alleen aan de rood-wit-blauw geverfde stoepranden en lantaarnpalen, maar ook aan de muurschilderingen ‘murals’ in Bondstreet waarop het roemrijke protestantse verleden wordt verheerlijkt. De afbeeldingen gaan terug tot het einde van de zeventiende eeuw. Ik zie muurschilderingen van ‘onze’ William of Orange, de redder van de protestantse natie uit 1689 en van de Mountjoy, het schip waarmee de ketting die in 1689 gespannen was over de Foyle, kapot werd gevaren en er een einde kwam aan het ‘beleg’ van Derry door de katholieke toepen van koning Jacobus II. Tijdens dat beleg was er een heldhaftige rol weggelegd voor de ‘apprentice boys’. Dertien dappere leerling-gezellen die het goede voorbeeld gaven door eigenhandig de stadspoorten van Derry te sluiten. Zij voorkwamen dat katholieke troepen de stad binnentrokken. Daarna begon het beleg dat 185 dagen duurde en waarin de bevolking standhield.
‘No surrender’ is de les die voor de protestanten in Londonderry nog steeds geldt. Jezelf nooit overgeven, maar volhouden. De meeste muurschilderingen in Bon Street die ik zie, hebben een haast folkloristisch karakter. Maar toch hangt er ook een levensgroot portret van een paramilitaire UDA-soldaat, die – als ik het opschrift mag geloven – stierf voor zijn idealen.

Het protestantse wijkje The Fountain.

Als ik een van de bruggen overloop richting het oude stadscentrum, zie ik in de verte Union Jackvlaggen en Noord-Ierse vlaggen wapperen. De vlaggen steken mooi af tegen de blauwe lucht. Ik loop richting het wijkje The Foutain. Het laatste protestantse wijkje in het oude stadscentrum. Het wijkje wordt omringd door metershoge hekwerken, ‘peace walls’ genoemd. Die hekken moeten de bewoners beschermen tegen brandbommen en stenen die vanuit het katholieke deel gegooid kunnen worden. Ik bevind me in een loyalistisch bolwerk in de oude stad. ‘No surrender’ staat er op een bord. Op een ander bord wordt verwezen naar de ‘grote vlucht’ van protestanten uit de binnenstad. Zo’n 18.000 personen zouden verdreven zijn. Maar de protestanten die er nog zitten zullen nooit opgeven. In hun vaandel staat nog steeds dezelfde kreet die de apprentice boys in 1688 aanhieven ‘No surrender’.

Opvallend is verder het aantal dertien.

Datzelfde getal zie ik een uur later weer terugkeren als ik rondstruin door de katholiek-nationalistische Bogside, aan de andere kant van de stadsmuur. Deze wijk, met veel sociale huurwoningen, is het terrein van de katholiek-nationalisten in Derry. In 1972 vond hier het verschrikkelijke Bloody Sunday bloedbad plaats. Dertien personen, het merendeel heel erg jong, werden er door Britse soldaten doodgeschoten. Dertien martelaren voor de nationalistische zaak. Enkele maanden na het bloedbad overleed er overigens nog een veertiende slachtoffer.

SDLP-leider en mensenrechtenactivist David Hume, Martin Luther King, Moeder Theresa en Nelson Mandela.

Ik loop te midden van ‘murals’ die de strijd van de sociale burgerrechtbeweging vertellen. De strijd voor gelijke rechten voor katholieken, die lange tijd als tweederangs burgers werden behandeld in Noord-Ierland. Maar het aandeel meer miltante muurschilderingen in de Bogside is ook groot.
Toeristen en overige belangstellenden krijgen betaalde rondleidingen van ex-IRA leden die soms na hun gevangenisstraf te hebben uitgezeten, bij hun re-integratie in de maatschappij nu een baan hebben overgehouden aan een verleden waarin ze zelf een rol speelden.
Ik bezoek het Free Derry museum en zie hoe de geschiedenis van de Civil Rights beweging in de Verenigde Staten zich vermengt met die van de katholieken in Noord-Ierland. Achtergesteld, tweederangs, gediscrimineerd en strijdend voor gelijke rechten.

Het bloedbad dat het Britse leger in 1972 aanrichtte, werd aanvankelijk goed gepraat door de Britten. De demonstranten zouden ook hebben geschoten. Daarmee werd het legeroptreden gerechtvaardigd. Er werd zogenaamd een onderzoek ingesteld, maar echte ooggetuigen werden niet gehoord en het flinterdunne onderzoeksrapport was vooral een ‘cover-up’. Pas na het Goede Vrijdagakkoord van 1998 werd Bloody Sunday opnieuw onderzocht . Dit keer een stuk grondiger. De uitkomst was zonneklaar. Het Britse leger had dertien onschuldigen doodgeschoten.
In het Lagerhuis bekende de toenmalige Britse premier David Cameron in 2010 schuld. Het Britse leger had fout gezeten. De slachtoffers werden gerehabiliteerd. In Derry werd die Britse schuldbekentenis live uitgezonden op grote televisieschermen bij het stadhuis – de Guildhall. Geëmotioneerde familieleden en direct betrokken vielen elkaar huilend in de armen. Alleen is er nog steeds niet strafrechtelijk opgetreden tegen de Britse militairen die in 1972 in koelen bloede dertien demonstranten doodschoten. En of dat ooit gaat gebeuren….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *